Kavelruil voor natuurontwikkeling

Stichting Duinboeren heeft het initiatief genomen voor natuurontwikkeling in het Brokkenbroek en Helvoirts Broek-Noord. In dit gebied heeft het Groen Ontwikkelfonds percelen, die daarbij kunnen worden ingezet als ruilgrond (zie kaart). Agrarische ondernemers en particulieren die interesse hebben om natuur te ontwikkelen, bijvoorbeeld met particulier natuurbeheer, of door inzet van particuliere gronden, en in een vrijwillige kavelruil willen meedoen, worden uitgenodigd om op deze advertentie te reageren. De toedeling/verkoop van de GOB gronden gebeurt op basis van gelijkberechtiging. Dit betekent dat iedereen die aan de natuurontwikkeling wil meedoen dit kenbaar kan maken. De initiatieven worden beoordeeld op basis van de hoeveelheid natuur die wordt ontwikkeld.

Interesse om mee te doen?

Neem dan voor 28 juni 2018 contact op met:

Emiel Anssems
info@duinboeren.nl
06 2019 8614

Keukentafel van de Meierij

Naam: Keukentafel van de Meierij
Looptijd: 2006

Doel

Het doel van het project was dat de Keukentafel een bijdrage te levert aan het versterken van de leefbaarheid en de sociale cohesie op het platteland door nieuwe sociale verbanden te stimuleren, sociaal-economische projectideeën op te sporen, innovatie te stimuleren en projecten te begeleiden naar uitvoering

Resultaten

Drie ‘ inboeringscursussen’, aansluitbijeenkomsten, enquête en opvolgbijeenkomsten. Inzicht in hoe particulieren te benaderen en actief te betrekken bij het landelijk gebied en inzicht in de mate waarin en de wijze waarop particulieren geïnteresseerd zijn in hun eigen leefomgeving, het buitengebied.

Jongeren ateliers

Naam: Jongeren ateliers
Looptijd: 2004
Projectpartners: SME milieuadviseurs

Doel

De jonge agrariërs worden aan studenten van de HAS gekoppeld. Het gaat om verschillende studierichtingen en bij voorkeur een mix tussen agrarische- en stadsjongeren. In de Ateliers selecteren zij gezamenlijk de ‘best practices’ op het gebied van duurzame landbouw en een aantrekkelijk platteland. Bovendien maken zij een schets van hun ideale toekomstige werk- woon- en recreatieomgeving (toekomstbeeld). Studenten en agrarische jongeren zetten vervolgens die ‘best practices’ en het toekomstbeeld om in concrete communicatiecampagnes. Zij richten zich daarbij op leeftijdgenoten in bijvoorbeeld de stad. De producent van de toekomst (zender) komt daarmee feitelijk in contact met de consument van de toekomst (ontvanger).

Resultaten

Na afloop van het project op 31 december 2004 is het volgende resultaat bereikt: Er is 1 CampagneAtelier uitgevoerd; Er is concreet campagnemateriaal ontwikkeld; Er is feedback op de campagne gegeven door de ‘stadsjongeren’ (Tijdens een eerder atelier is door jongeren een artikel in de SPITS geplaatst over de campagne die zij hadden gemaakt. Omdat de Spits een oplage heeft van ruim boven de 1000, is het minimale aantal jongeren zeker bereikt)

Link: www.jongerenateliers.nl

Panfa

Naam: Plan van Aanpak Nitraat, Fosfaat en Ammoniak PANFA
Looptijd: 2000- 2003
Projectpartners: Stuurgroep Landbouw Innovatie Noord-Brabant, Louis Bolk Instituut, Natuurmonumenten,

Doel

Mineralen management. Ervaring opdoen met de eindnormen voor droge zandgronden door toe te werken naar snelle en versnelde realisering bij groepen bedrijven in het duinboerengebied.
Een substantiële aanzet geven tot grondgebondenheid cq het verlagen van de veebezetting en het verbeteren van de benutbaarheid van dierlijke mest.

Resultaten

Er zijn handreikingen gegeven ter verbetering van het mineralenmanagement, er zijn proeven opgezet op bedrijfsniveau en er zijn studiebijeenkomsten georganiseerd. Daarbij kregen de individuele deelnemende boeren de kans om opgedane kennis te delen met collega’s.
Dit bij elkaar heeft vanaf het startmoment een grote verbetering ten opzichte van peiljaar 1999 opgeleverd. De aanpak heeft een voetspoor opgeleverd waarmee milieudoelen en individuele bedrijfsdoelen (hogere ransoenefficientie en lagere voerkosten) hand in hand gaan.
Punten van optimalisatie zijn: Een goede balans vinden tussen krachtvoergift en passagesnelheid en een beter afstemming van eiwitvoorziening uit krachtvoer op rest van het ransoen.

Regionale keten Biologisch kalfsvlees

Naam: Regionale keten biologisch kalfsvlees
Looptijd: 2004-2006
Projectpartners: ZLTO vakgroep biologische landbouw

Doel

Het opzetten van een keten voor biologisch kalfsvlees en vlees van biologische ossen, waarbij biologische kalveren tot een meerwaarde worden gebracht en tevens wordt voldaan aan de gewenste biologische eisen ten aanzien van dierwelzijn.

Resultaten

Inzicht in de haalbaarheid van het afmesten van biologische stierkalveren.
Beter inzicht in de opbouw van de kostprijs en meer kennis opgedaan over opfoktechnische zaken. Verbeterde afzet van kalfsvlees via streekwinkels. Participatie in het landelijke project Stierkalf WaardigII.

Partnergewas

Naam: Partnergewas
Looptijd: 2004-2006
Projectpartners: Louis Bolk Instituut

Doel: Ontwikkelen van een teeltsysteem voor een voedergewas met als partnergewas witte klaver in een semi-continueteelt. Afgestemd op de mogelijkheden van de zandgrond van Noord-Brabant. Het project wordt uitgevoerd op praktijkbedrijven. Als voedergewassen worden snijmaïs en granen geschikt voor gehele plantsilage (gps) ingezet. Het systeem richt zich op: voldoende opbrengst, werkbare uitvoering, haalbare timing, acceptabele uitspoeling, onkruidonderdrukking, weinig structuurbederf, groen de winter in (bodemleven en bovengrondse biodiversiteit), voldoende stikstofbinding met afname hoeveelheid benodigde mest en bloeiende klaver voor insecten.

Resultaten

Op twee bedrijven is een uitgebreide demonstratie cq experiment aangelegd in een aantal varianten.

De doelgroep heeft kennis gemaakt met wat de consequenties zijn van de gedemonstreerde maatregelen zullen een aantal zaken kwantitatief en/of kwalitatief geregistreerd worden: Gewasproductie kwantitatief en kwalitatief Bemesting en bijmesting. Evt. kali-tekorten Rassenkeuze Zaaidata, -methoden en –hoeveelheden Temperatuur. Vocht. Aantasting door ziekten en plagen. Hoeveelheid klaverzaad in geoogst product voedergewas. Aantal klaversnedes. Stikstofdynamiek en verloop organische stof. Chemische bodemanalyse en fysische bodembeoordeling waaronder beworteling, onkruidonderdrukking
en stikstofuitspoeling.

Duinboeren en Daden: effectief fosfaatbeheer fase II

Naam: Duinboeren en Daden. Effectief fosfaatbeheer fase II
Looptijd: 2006-2008
Projectpartners: Louis Bolk Instituut
Doel: Toewerken naar een zeer vooruitstrevende fosfaatbalans met een diversiteit aan middelen. Voor een groot aantal bedrijven wordt zelfs een negatief overschot bereikt waarbij kunstmestfosfaat in de balans wordt meegenomen.

Bekijk hier de resultaten

Schoon water 2007-2009

Naam: Schoon water 2007-2009
Looptijd: 2007-2009
Projectpartners: CLM en DLV-plant
Doel: In het huidige Schoon Water project is het doel reductie van de belasting van het grondwater met bestrijdingsmiddelen, zodanig dat het grondwater zonder aanvullende geavanceerde zuivering geschikt is voor bereiding tot drinkwater.

Voor de periode 2007 t/m 2009 gelden de volgende doelstellingen:

  1. Binnen de zeer kwetsbare grondwaterbeschermingsgebieden: verankering van de reeds ontwikkelde maatregelen ter reductie van gewasbeschermings- en onkruidbestrijdingsmiddelen in de landbouw en niet-landbouw en het op gang brengen van innovatie waar dit nog nodig is.
  2. In de hele provincie: verspreiding/implementatie van enkele slimme, kansrijke maatregelen in de landbouw. Als kansrijke maatregelen zijn aangeduid die maatregelen die niet alleen voordeel opleveren voor de waterkwaliteit, maar ook voor de teler/loonwerker. Dat dit doel realistisch is, blijkt uit het rapport ‘Win-win-win kansen van Schoon Water maatregelen’
    De meest kansrijke maatregelen betreffen zowel technische oplossingen (nieuwe emissiearme apparatuur met sterke reductie in drift en dosering) alsook toepassing van meer kennis (preciezer gebruik, lagere doseringen, vervanging van probleemstoffen door minder milieubelastende middelen). Verspreiding van de verschillende maatregelen vereist een specifieke werkwijze per maatregel (zie de aanbevelingen in het rapport ‘Win-win kansen van Schoon Water maatregelen (Gooijer e.a. 2006).
  3. Waterkwaliteit in relatie tot bestrijdingsmiddelengebruik op de kaart zetten.
    Een gezamenlijke campagne (‘Schoon Water is onze zorg’) gericht op de Brabantse landbouw (plantaardige sectoren), kan provinciebreed zorgen voor bewustwording van de problematiek van bestrijdingsmiddelen in het grond- en oppervlaktewater. Dat biedt enerzijds voedingsbodem om die problematiek mee te wegen bij beslissingen op bedrijfsniveau, anderzijds creëert de campagne draagvlak voor aanpak van de problematiek. Zijdelings richt de communicatie zich ook op niet-landbouw

Deze doelen leveren tevens een bijdrage aan de implementatie van de Europese kader richtlijn water (KRW). Ze hebben een strategisch belang omdat het:

  • De telers en loonwerkers bewust maakt van de problematiek;
  • Draagvlak creëert voor aanpak van de problematiek en hen handelingsperspectief biedt met concrete maatregelen.

Resultaten:

Dit deelproject leidt tot de volgende ambitieuze resultaten en producten:

  • Aanschaf en toepassing van nieuwe spuittechnieken op zo’n 30 telers- en loonwerkbedrijven. Gestreefd wordt naar een verdeling van ca. 50% loonwerkers en 50% telers.
  • Met advies en stimulering van win-win maatregelen bereikt het project in totaal zo’n 20% van de bedrijven in de plantaardige sector in Noord-Brabant, waarvan ca. 1.500 telers en ca. 200 loonwerkers. De bedrijven zijn naar rato verdeeld over de waterschapsgebieden. Hun bedrijfsvoering en bestrijdingsmiddelengebruik vindt plaats in de beïnvloedingsgebieden van VHR- en natuurgebieden.
  • Zo’n driekwart van de bereikte bedrijven registreert gedurende het groeiseizoen welke maatregelen en bespuitingen zij daadwerkelijk uitvoeren in de gewasbescherming. De registraties worden verwerkt in de jaarrapportages. Op basis van de registraties wordt berekend welke winst dit oplevert voor de bedrijven en voor de waterkwaliteit in de regio.

Link: www.schoon-water.nl

Boeren en Biodiversiteit

Looptijd: 2005-2009, vervolg 2010-
Projectpartners: Louis Bolk Instituut

Doel: Uittesten en demonstreren van mogelijkheden tot meer diversiteit en stabiele productie in Noord-Brabant. Door diversiteit kan een stabielere productie worden bereikt. De opbrengsten zullen dan lager zijn, maar daarbij kunnen tevens de kosten lager zijn; dit is gunstig voor het saldo en stabieler en daarmee risicoverlagend. Doel is dit te optimaliseren.

Europa investeert in zijn platteland

Het project is een initiatief van Stichting Duinboeren, ZLTO en PION. Dit project wordt mede mogelijk gemaakt door Provincie Noord Brabant en het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling. Andere financiers zijn ZLTO en Landbouw Innovatie Brabant (LIB)

Schoon water bij de Duinboeren

Looptijd: 2010-
Projectpartners: CLM en DLV Plant
Doel: Doelstellingen Schoon Water 2008-2010

In het Schoon Water 2007-2009 project is het doel reductie van de belasting van het grondwater met bestrijdingsmiddelen, zodanig dat het grondwater zonder aanvullende geavanceerde zuivering geschikt is voor bereiding tot drinkwater in water beschermingsgebieden.

Voor de periode 2008 t/m 2010 gelden de volgende aanvullende doelstellingen:

In het gebied (figuur 1 projectgebied): verspreiding/implementatie van enkele slimme, kansrijke maatregelen in de landbouw. Als kansrijke maatregelen zijn aangeduid die maatregelen die niet alleen voordeel opleveren voor de waterkwaliteit, maar ook voor de teler/loonwerker. Dat dit doel realistisch is, blijkt uit het rapport ‘Win-win kansen van Schoon Water maatregelen’.

figuur1

De meest kansrijke maatregelen betreffen zowel technische oplossingen (nieuwe emissiearme apparatuur met sterke reductie in drift en dosering) alsook toepassing van meer kennis (preciezer gebruik, lagere doseringen, vervanging van probleemstoffen door minder milieubelastende middelen). Verspreiding van de verschillende maatregelen vereist een specifieke werkwijze per maatregel (zie de aanbevelingen in het rapport ‘Win-win kansen van Schoon Water maatregelen (Gooijer e.a. 2006).
Het project ‘Schoon Water bij de Duinboeren legt hierbij de nadruk op de intensieve open teelten, gras en maïs en boomteelt.

Deze doelen leveren tevens een bijdrage aan de implementatie van de Europese KRW. Ze hebben een strategisch belang omdat het:de telers en loonwerkers bewust maakt van de problematiek; draagvlak creëert voor aanpak van de problematiek en hen handelingsperspectief biedt met concrete maatregelen.

Resultaten:

I Kennis en houding

  • In het gebied zijn circa 850 land- en tuinbouwbedrijven. Al deze bedrijven hebben weet van het project Schoon Water bij de Duinboeren.
  • Alle gemeenten in het projectgebied zijn geïnformeerd over de inspanningen die geleverd zijn door de land- en tuinbouw op het gebied van Schoon Water.
  • De totale oppervlakte land- en tuinbouwgrond waar informatie is verspreid en maatregelen ten behoeve van Schoon Water kunnen worden toegepast is circa 6.500 ha. Streven is op 25% van dit areaal kennis toegepast te zien en te bewerkstelligen dat er een positieve grondhouding is.
  • 150 deelnemers aan het project Schoon Water bij de Duinboeren. Deze deelnemers gaan actief met de aangeboden kennis aan de gang, al dan niet in samenwerking met de loonwerker.
  • Er zijn 200 agrarische ondernemers die een demonstratiebijeenkomst hebben bezocht.

II Gedrag: en er naar handelen

  • Er zijn 100 ondernemers die zelf of via de loonwerkers andere middelen spuiten, lage doseringen, meer mechanisch;
  • 30% van de zelfspuitende telers en 30% van de loonwerkers werkt met emissiereducerende technieken.
  • Er hebben 9 demonstratiebijeenkomsten plaatsgevonden voor gras/maïs/akkerbouw, boomteelt en vollegrondsgroente.
  • Er is een prestatiemeting uitgevoerd

Link: schoon-water.nl

Bijlagen:
Bijeenkomst gebruik rugspuiten

Rugspuiten